dinsdag 26 juni 2007

Dialeugen 3, 1-3

1 De laatste 'amen' dreunt galmend na. Het lijkt uren te duren. De man beweegt niet. Het geroezemoes van stemmen komt weer langzaam op. Dan begint de stem weer te spreken:
2 'Soms let ik niet goed op. Dan zit er opeens een ander soort stem tussen. Een opgeslagen stem uit het verleden. Een dode stem. Die van mijn vader bijvoorbeeld. Of mijn moeder. Of een zware, onbekende maar toch vertrouwde stem die ineens mijn naam zegt, midden in de nacht. Om je kapot van te schrikken. Spooky stuff, stemmen horen die niet van jezelf zijn. En als u mij nu vraagt de plaatjes van mijn innerlijke dialogen en het horen van stemmen naast elkaar te leggen en de verschillen te zoeken dan zou ik zeggen: ze zijn er misschien wel niet. Maar ik lul er niet over. Ik kijk wel uit. Ik ben een handelingsbekwaam mens. Mensen die stemmen horen zijn dat niet. Belangrijk verschil op deze bol. Denk er maar eens over na. Uw eigen antwoord kan u veel over uzelf vertellen.'

3 De man bukt.
Hij zet het apparaat uit.
Het is even rustig.
De man gaat verzitten.
Dan, zonder beweging, beginnen de stemmen te praten.
Harder nu.

Met opnieuw DIE STEM erboven uit...

dinsdag 19 juni 2007

Openklaringen 3, 1-13


1 Vlees is het duur gekocht gestalt waarin zich laaft de zotte nacht. De bellen slaan, de dag vervalt. Belial reikt naar Zijn macht.

2 Jeuk vreet zich door fontanellen. Al grauwend splijt Zijn Januskop. Johannes begint af te tellen. Goedheid bungelt aan de strop. 3 Groot is Zijn groei. Onopgemerkt. Hij tapt uit kwab en hersenvocht. Hij komt waar Sluimer vuig rondvlerkt. Begoocheling volgt op Zijn tocht. 4 Kwijlend verwekt Hij volgelingen. De Huiver reutelt waar Hij stapt. Wee de aardse borelingen. Massa's heeft Hij er vertrapt.

5 Uilen verkassen uit het bolwerk van Zijn kil zoemend schedeloog. Geweten hangt aan paal en perk. Geestrijk vocht raakt opgedroogd. 6 Wolven klappen van de transen. Liefde heult met Haat en Nijd. Belial leert schaterdansen, in vol ornaat kwaadaardigheid. 7 Zijn klauw plundert geheugenbanken. Vergetelheid raakt herontdekt. Zaad drupt grommend op Zijn flanken. Wellust heeft zichzelf bevlekt.

8 Door Aardaderen raast zijn Kanker bloedwraak spugend naar het brein. Melaatsheid muteert tot een anker. Waanzin transformeert het Zijn. 9 Uit Zijn hoofd ontspruiten meisjes. Zeus is Hij gelijk een stier. Zijn lid fluit verhitte wijsjes. Belial speelt op Zijn lier. 10 Prompt schuimen ratten door het denken. Narren blazen bellen op. Stront ziet men door gangen zwenken. Rookvlees hangt de vlag in top. 11 Vlees valt lillend van de graten. Zijn wil likt aan die van allen. Speeksel druipt langs ruggengraten. Angst groeit waar de druppels vallen.

12 De Zon blaft naar de zotte nacht. Bloed sist waar het Licht op valt. Haastig betrekt de dag de wacht. Schaduw houdt haar kracht gebald.

13 Zie niet toe als het Licht versmalt. Wees scherp als je Schaduw lacht. Vrees is het duurst gekocht gestalt, waarin zich laaft de Zot zijn macht.

dinsdag 12 juni 2007

Wijsdom 2, 1


1 Als volmaaktheid

Wordt uitgedrukt
Door de
Cirkel
Dan wil ik wel
een nul
zijn

Dialeugen 2, 1-5

1 'Ik heb last van dialogen in mijn hoofd. U kent dat wel, dat non-stop gewauwel, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ik heb er niet om gevraagd en ik kan het niet uitzetten. Ik heb dat al vanaf dat ik mezelf IK ben gaan noemen. Dialogen met onbekende mensen, met bekende mensen, met mezelf. Het maakt feitelijk niet uit met wie en het gaat maar door. Zo goed als zonder onderbreking. Ik doe ook alle stemmen zelf. Dat zal wel ter wille van de herkenbaarheid zijn denk ik, anders wordt je gek. Iedereen klinkt als ik, maar dan wel met een eigenaardige echo, alsof het verder leeg en stil is. Onbewoond. Ik hoor nog net geen stemmen of vreemde tongen, maar soms komt ook dat er akelig dichtbij.

2 Wie heeft hier eigenlijk de controle over? Wie bevestigd hier wat'?


3 Een andere stem is hoorbaar.

Een vrouwenstem zegt:

'1e controle'

een mannenstem zegt

'Amen'

4 Een stem (dezelfde vrouw) zegt

'2e controle'

Een andere mannenstem zegt

'Amen'

5 Een stem (nog steeds dezelfde vrouw) zegt

'Hoofdcontrole'

Het blijft even stil

Dan zegt een derde stem:

'AMEN'

Openklaringen 2, 1-6



1 Pas op
Geen belijning
Overal loert gevaar
Het risico zomaar om te vallen
Overal een antwoord klaar

2 Zekerheid geeft zekerheid
Tranen vallen in je bier
Het gaat niet verder
Het zit tot hier

3 Waarom waarmee en
Waar naar toe
De vakjes moe
De feiten kwijt
Een mes dat aan
Geen kanten snijdt

4 Pas op
Geen belijning
Alle wegen even waar
De priester een fantast
De wetenschap een leugenaar

5 Van observeren
Kun je leren
Dat je alles
Om kan keren

6 Van observeren
Kun je leren
Dat je alles
Om kan keren

maandag 4 juni 2007

Dialeugen 1, 1-3

1 Er staat een grote, oude, bruin leren fauteuil op het toneel. Naast de stoel een schemerlamp. Aan de andere kant een apparaat. Het lijkt op een cassetterecorder. Er zit een man in de stoel. Zijn gezicht is niet zichtbaar. Hij lijkt een hoed te dragen. Het toneel is verder leeg en doet kaal aan. De man steekt zijn hand uit naar de schemerlamp. Hij trekt aan een schakelaar. De schemerlamp gaat aan. Het gezicht van de man wordt flauwtjes verlicht. 2 Zijn ogen kun je niet zien. Het is stil, erg stil. Eigenlijk is het té stil. Na een tijdje bukt de man en zet het apparaat aan. Een geroezemoes weerklinkt. Stemmen. Ze praten door elkaar heen. Flarden zijn verstaanbaar.

3 Dan klinkt er EEN STEM, duidelijk boven alles uit.