dinsdag 12 juni 2007

Dialeugen 2, 1-5

1 'Ik heb last van dialogen in mijn hoofd. U kent dat wel, dat non-stop gewauwel, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Ik heb er niet om gevraagd en ik kan het niet uitzetten. Ik heb dat al vanaf dat ik mezelf IK ben gaan noemen. Dialogen met onbekende mensen, met bekende mensen, met mezelf. Het maakt feitelijk niet uit met wie en het gaat maar door. Zo goed als zonder onderbreking. Ik doe ook alle stemmen zelf. Dat zal wel ter wille van de herkenbaarheid zijn denk ik, anders wordt je gek. Iedereen klinkt als ik, maar dan wel met een eigenaardige echo, alsof het verder leeg en stil is. Onbewoond. Ik hoor nog net geen stemmen of vreemde tongen, maar soms komt ook dat er akelig dichtbij.

2 Wie heeft hier eigenlijk de controle over? Wie bevestigd hier wat'?


3 Een andere stem is hoorbaar.

Een vrouwenstem zegt:

'1e controle'

een mannenstem zegt

'Amen'

4 Een stem (dezelfde vrouw) zegt

'2e controle'

Een andere mannenstem zegt

'Amen'

5 Een stem (nog steeds dezelfde vrouw) zegt

'Hoofdcontrole'

Het blijft even stil

Dan zegt een derde stem:

'AMEN'

Geen opmerkingen: