zaterdag 18 augustus 2007

Openklaringen 8, 1-3

1 Dodo's liggen in het riet verscholen.
Mijn slaaf smeert botergeil jouw vel.
Je mond smaakt naar onthoofde kolen.
Ik raak verbrand. Jij ruikt naar hel.


2 Met jou laafde ik mijn diepste dorsten.
Totdat je zang mijn ziel verried.
Goud gutste uit jouw wijnrankborsten.
Er vrat zich staalvuur door het riet.


3 Vergeet de dagen van tevoren.
Ik sterf een dood die niemand ziet.
Je borsten jubelen als tenoren.
Dodo's verkolen in het riet.

Geen opmerkingen: