donderdag 30 augustus 2007

Openklaringen 12, 1-4



1 Vannacht had ik een vreemde droom.

Ik keek naar Jezus aan het kruis.
De discipelen zongen allen Ohm.
Toen werd het stil. Ikzelf incluis.


2 Zwijgend hing Hij daar. Genageld.
Zonder vloeken. Zonder klacht.
Azijn droop op de zijden nacht.
Soldaten stonden er. Genageld


3 aan de grond. Zo leek Hij niet alleen.
Het maanlicht kierde. Als een zaallicht.
Ik woelde in mijn slaap. Verdween.
De Dood verscheen met mijn gezicht.


4 Hij keek naar mij. Zuchtte en stierf.
Het duurde slechts een ogenblik.
Het inzicht dat mijn droom verwierf
was dit: Het Leven en de Dood ben ik.

Openklaringen 11, 1-4


1 Onder de golfslag bewolkt het weleer.
Achter weleer hunkerringen naar niet.
Boven het niet trekken stenen van leer.
Voor het leer zingt het staalvuren riet.


2 Links van Mij vallen tienduizend handen.
Buiten mijn handen lekt de lege woestijn.
Rechts van Mij eten bosbramen branden.
Binnen verbranden zakken heilige wijn.


3 Over de aarde lopen praatgrage doden.
Op deze doden drinken Goden een glas.
Met glazige blik worden woorden geboden.
Door de geboden vermenigvuldigt moeras.


4 Tussen de raderen malen de kiezen.
In het kiezen krioelt nat gezoen.
Na het liefhebben begint het bevriezen.
Uit ijzige golven springen wolken van toen.

zaterdag 25 augustus 2007

Openklaringen 10, 1-5

1 Gisterenmiddag passeerde ik
een mongooltje op haar fiets.
Met haar gezicht van volle maan
keek ze me onbevangen aan.
Haar bolle ogen grepen naar
de onrust in mijn blik.

2 Ik wist niet waar te kijken.
Onnozelheid verward. Zaait angst.
Wat zij in een ogenblikje ving
heet volgens Freud herkenning.
En mijn erkennen van haar vangst
zou ons maken tot gelijken.

3 Zover liet ik het niet komen.
Kordaat trad ik haar tegemoet.
Rukte haar -Plop!- de ogen uit.
Zonder snik, kik, of geluid
likte haar dikke tong wat bloed
en traanvocht van haar konen.

4 Haar ogen deed ik aan een lint
en hing dat om mijn hals.
Van goed gedrag is nu haar kijk.
Bewezen is dus mijn gelijk.
Al gebeurt er soms wat mals
wanneer ik mijn trofee bekijk.

5 Dan schrei ik als een idioot.
Dan weet ik wat ons bindt.
Ook ik wordt eenmaal uitgeloot
en door het lot verblindt.

maandag 20 augustus 2007

Openklaringen 9, 1-4


1 Een oude echo beukt van binnen
tegen mijn gebarsten huid.
Tegen mijn geworpen botten.
Achter weggedroomde slapen.


2 Iets met primitieve zinnen
wil ontsnappen. Wil eruit.
Wil wild en ongetemd ravotten.
Wil vrouwtjes onder bomen kapen.


3 Mijn homo sapiens blijkt gevlogen.
Mijn mond valt kwijlend verder open.
Ik gebruik mijn borst als trom,
en slinger door de binnenstad.


4 Mijn vrouw keek mij diep in de ogen.
Meteen is zij een kooi gaan kopen.
Daar zit ik in. Behaard en dom.
Heeft Darwin toch gelijk gehad.


zaterdag 18 augustus 2007

Openklaringen 8, 1-3

1 Dodo's liggen in het riet verscholen.
Mijn slaaf smeert botergeil jouw vel.
Je mond smaakt naar onthoofde kolen.
Ik raak verbrand. Jij ruikt naar hel.


2 Met jou laafde ik mijn diepste dorsten.
Totdat je zang mijn ziel verried.
Goud gutste uit jouw wijnrankborsten.
Er vrat zich staalvuur door het riet.


3 Vergeet de dagen van tevoren.
Ik sterf een dood die niemand ziet.
Je borsten jubelen als tenoren.
Dodo's verkolen in het riet.

woensdag 15 augustus 2007

Dialeugen 9, 1-5

1 ‘Gods werk. De heilige waarheid. Die zou ik nu wel eens willen weten, godverdomme. Ik zie geen enkelvoudige, pure, onversneden waarheid. Niets van dat alles. Ik zie alleen maar een mengelmoes van tegenstrijdige beelden, halve beloftes en hele leugens die zo goed smaken dat iedereen ze met kilo’s tegelijk naar binnen propt, altijd begerig naar meer. Nou, er is niets zo meedogenloos als de waarheid, laat ik u dat vertellen. Mensen slaan elkaar dagelijks de hersens in voor een afgewogen onsje zuivere waarheid. 2 Gelukkig maar dat wij daar geen last van hebben. Wij, de verlichte, vrijgemaakte westerse mens. Wij, de goed verzekerde moderne farizeeërs in onze met aandelen bepleisterde graven. Maar voorwaar voorwaar, ik zeg u: ieder van u houdt er een ALLESOMVATTENDE VERKLARING op na. Een DIE HET LEVEN BETEKENISVOL MAAKT EN LIJDEN ZIN GEEFT. En wee het gebeente van degene die uw waarheid te na komt. 3 Of kunt u leven met de idee dat ieder waargenomen beeld vals is? Dat iedere gevoerde dialoog het zaad van de leugen in zich draagt? Dat alle dia’s in uw hoofd geretoucheerde, ingekleurde opnames zijn van iets dat nooit in die vorm bestaan heeft? Al bij de opslag manipuleert u het. Of beter, het wordt gemanipuleerd, weet u nog? Vrije keuze? Vrije wil? Dacht u nou werkelijk dat dat bij geboorte werd meegegeven? Knijp maar in uw arm. Overtuig uzelf. U bestaat. U bent. Maar zin, nee. Dat heeft u niet.’

4 De STEM stopt
De stemmen op de achtergrond stoppen
De dia’s stoppen
De man draait zich naar de zaal om
Een richtspot valt vol op zijn gestalte
Hij kijkt de zaal in
Het blijft even stil
Dan zeg hij:
1e controle'
Het blijft stil
Vervolgens zegt hij:
'2e controle'
Het blijft nog steeds stil
De man spreidt zijn armen wijd uit
Hij legt zijn hoofd schuin op zijn schouder
Dan zegt hij:
'Hoofdcontrole'
Het licht gaat uit.

5 Dan antwoord een oude vrouwenstem:
'Dat is in het vlees, broeder'.

donderdag 9 augustus 2007

Openklaringen 7, 1-4


1 Nergens leeft licht zo zonder lucht
Als waar de bijenkorf gekroond
Tot keizer in zijn ijle klucht
De transparante maagd uitwoont

2 Nergens leeft licht zo zonder aarde
Als waar de mummie blind bedoekt
Rondwarend in geschifte gaarden
De radix van de wijnrank zoekt

3 Nergens leeft licht zo zonder water
Als waar de paarlen pijnboom groeit
Uit wervelsap waarmee een sater
De strakgetrokken maan bevloeit

4 Nergens leeft licht zo zonder vuur
Als waar de stille Eenhoorn rouwt
Om de fantast wiens partituur
De zouten slaappilaren bouwt


dinsdag 7 augustus 2007

Dialeugen 8, 1-4

1 Gewoon de waarheid zeggen. Hou nou toch op. Wat is dat dan, de waarheid? Ikzelf ben godverdomme nergens zeker van, behalve dan dat er geen allesomvattende waarheid is. Er is alleen perceptie. Het stikt op onze bol van de tegenstrijdige verklaringen, halve waarheden, hele leugens en ondoordringbare paradoxen. En die klinken vaak weer zó goed dat ze op hun beurt weer door wannabe messiassen en zelfverklaarde guru's per strekkende meter waarheid worden verkocht. Twee waarheden halen, een betalen. 2 Gretig afgenomen door naar zingeving snakkende Zoekers met een intense, diep gevoelde behoefte aan DE ALLESOMVATTENDE VERKLARING DIE HET LEVEN BETEKENISVOL MAAKT EN LIJDEN ZIN GEEFT. En die de Zoeker een bijzonder aura verleent, omdat die de 'enige waarheid' kent. Dat geeft, naast een zwaar kapseizend ego op den duur, op zijn minst rust, nietwaar. Ziehier de oneindig diepe krater van het menselijk leed. Ziehier de Russische poppetjes in optima forma. In iedere verklaring past een nieuwe verklaring. Achter elk model zit een ander model. Achter elke deur bevindt zich een andere deur. 3 Alles past of is passend te maken. De mens die stom is lult recht wat krom is. Geen rimpels alsjeblieft. Volmaaktheid graag. De spiritueel cosmetisch chirurg voor de geest binnenin u maakt overuren. Het bestaan moet tenslotte wel kloppen. Van binnen en van buiten en van boven naar beneden. De ontstellende behoefte van het denken naar De Verklaring is zo’n geweldig goed gevonden mechanisme, het moet haast wel Gods werk zijn.’

4 Opnieuw is er een andere stem hoorbaar.
Een vrouwenstem zegt:
'1e controle'
een mannenstem zegt
'Amen'
Een stem (dezelfde vrouw) zegt
'2e controle'
Een andere mannenstem zegt
'Amen'
Een stem (nog steeds dezelfde vrouw) zegt
'Hoofdcontrole'
Het blijft even stil
Dan zegt een derde stem:
Amen

De stemmen beginnen weer te roezemoezen...


maandag 6 augustus 2007

Openklaringen 6, 1-3


1
Als de bomen hun ogen sluiten
Voor de waanzin om hen heen
Dan ben ik vergaan
Is de wereld om mij heen gestorven
Is er niets meer in mij
Wat zich herinneren kan

2 En als het licht mij zoekt
Zeg dan tegen Haar
Dat Goden uitgingen om te zaaien
Wat Zij oogsten wilden
Maar niet konden vinden
Op aarde

3 Dus zoek mij niet
Waar ik verga
Heeft een enkele boom
Nog barmhartigheid in haar bast
En een paar goede woorden
Die dansen op de wind

zondag 5 augustus 2007

Leedlied 1, 1-7


1 Véél te kleine flat
Jassen op de grond
Een schilderij dat wenkt en dreigt
Een trapgat als een wond
Beneden rijen stoelen
Als in een bioscoop
Een spreekstoel als een hamer
Een oud boek vol met dope

2 Doe de lichten uit
De Geest mag uit de fles
Zing en leg je vrijheid af
Welkom in Alcatraz

3 Véél te warme ruimte
Zombies om me heen
Een oude vrouw die spuugt en hijgt
Handboeien heten speen
Iedereen hier is schuldig
De handen zijn omhoog
Kramp schiet door mijn kaken
Mijn bronnen vallen droog

4 Véél te lange avond
Drie maal in de week
Een leer die naar de waarheid neigt
Een vlees geworden preek
Toeval is uitgebannen
Iedereen wordt gecontroleerd
Liefde als een loden mantel
En leven wordt verleerd

5 Refrein

6 Véél te veel geloven
Verhangt zich aan de tijd
Een zoeker die de joker kreeg
Wordt een lul die zich besnijdt
Pijn angst en verlangen
Hangen aan het kruis
Gedachten achter stalen tralies
Nooit meer terug naar huis

7 Refrein

8 Doe het licht maar uit
Mijn geest is op de fles
Zing en leg je vrijheid af
Tot ziens in Alcatraz

woensdag 1 augustus 2007

Dialeugen 7, 1-4

1 'En dan die beelden. Zonder onderbreking blijft die stroom van beelden maar lopen. Oude beelden, nieuwe beelden, zieke beelden, waandenkbeelden. Gezichten, televisie en film, foto's maar vooral herinneringen. Bevroren stukken tijd. In eindeloze plakken vastgevroren, voor het leven vastgelegd en kriskras geëxposeerd in mijn kop. En dat zonder handige naslagcatalogus in 4 kleurendruk. 2 Ik kijk 24 uur per dag, 7 dagen in de week naar dialeugens. Met het achterste van mijn ogen als projector. Een constant bombardement van kleuren, lichtflitsen en geluiden. Alles loopt ook door elkaar heen. Heeft schijnbaar wat te melden. Ik kijk er naar. Wind me op. Laat me meeslepen. Denk vooral er wat mee te moeten ook, met al die info. Verzorg er ook ondertitels bij. Uitleg. In documentairestijl. 3 Ik blijf maar monteren. Ik word er gek van. Haal hele nachten door achter mijn innerlijke montagetafel. Creëer een samenhang in waanzin die niet te begrijpen valt en die presenteer ik aan de buitenwereld als mezelf. Ik maak er een kloppend en doortimmerd verhaal van. En voor wie eigenlijk? Voor mezelf dan toch. Of toch voor die ander? Welke ander? Over wie hebben we het hier eigenlijk'?

4 Er klinkt gesnik van een vrouw op de achtergrond.
DE STEM hapert even.
Het snikken wordt luider en verstaanbaar
Lieg niet tegen me,’ snikt de vrouw
‘Lieg niet zo tegen me.
Je kunt toch wel gewoon de waarheid zeggen?
Zo moeilijk is dat toch niet'?

De STEM gaat door, met stemverheffing, sneller pratend nu...